naar top
Menu
Logo Print

ATEX VOOR ONDERNEMINGEN

ATEX 153 (vroeger ATEX 137)

ATEX 153 (vroeger ATEX 137) focust meer op wat bedrijven moeten doen om een explosie te voorkomen. Want inderdaad, zij moeten alles in het werk stellen om de risicozones ('hazardous zones') te identificeren en in kaart te brengen. Naast het beoordelen van de elektrische componenten binnen het productieproces, moeten ook de mechanische ontstekingsbronnen in kaart gebracht worden. Alles wat draait, kan heet worden en vonken veroorzaken.

De zonering wordt echter pas uitgevoerd nadat men eerst een aantal preventieve maatregelen genomen heeft, zoals het beperken van emissiebronnen, housekeeping, ontstoffingsinstallatie, ventilatie etc. Enkel de zones waar er na het nemen van deze primaire preventiemaatregelen nog explosieve atmosferen kunnen voorkomen, worden ingedeeld als 'explosiegevaarlijke zones'. Het is belangrijk om daar de nodige aandacht aan te besteden, omdat de zonering een grote invloed heeft op de later te nemen secundaire preventiemaatregelen, nl. het vermijden van ontstekingsbronnen. De indeling van de ruimte in zones gebeurt op basis van de frequentie en de duurtijd van het optreden van een explosieve atmosfeer.

Hoewel de ATEX 153-richtlijn al sinds 2006 van kracht is, toen nog onder z'n eerdere naam, blijken nog heel wat middelgrote en kleine ondernemingen niet in regel te zijn met de eerder sociale richtlijn die tegemoetkomt aan de problematiek van gas- en stofexplosies. Nochtans moet iedere onderneming waar de productie een verhoogd explosierisico met zich meebrengt, voldoen aan de ATEX 153-richtlijn.

Drie pijlers

We kunnen de ATEX 153 grosso modo opdelen in drie pijlers.

Voorkomen dat explosiegevoelige gas- of stofmengsels zich kunnen vormen (1), is een eerste pijler. Denk bijvoorbeeld aan het aanpassen van mengsels, zodat ze minder gevaarlijk worden, producten met een groter vlampunt gebruiken, maatregelen nemen om vaker te verluchten, sensibilisering van het personeel …

De tweede pijler handelt vooral over het vermijden van de mogelijke ontstekingsbronnen (2). Die ontstekingsbronnen kunnen heel divers zijn, maar de meeste situeren zich wel in de elektrotechnische sfeer:

  • Schakelcomponenten voor motoren, pompen, verlichting, verdeeldozen;
  • Statische elektriciteit;
  • Zwerfstromen (EMC);
  • Hete oppervlakken (koelvinnen van printplaten e.d.);
  • Lasspetters en -vonken;
  • Mechanische ontstekingsbronnen zoals lagers, tandwielen die tegen elkaar wrijven e.d.;
  • Open vuur;
  • Chemische reacties;
  • Drukgolf (adiabatische reactie).

De derde pijler gaat dan weer over de schadebeperking na een ontploffing (3).

Indeling in zones

Bedrijven zijn bovendien zelf verantwoordelijk voor het uitvoeren van de risicobeoordeling en het treffen van maatregelen conform ATEX 153. Aan de hand van een audit die het bedrijf moet laten uitvoeren, wordt er van elk lokaal een zone gemaakt met een cijferaanduiding (0,1 en 2 voor gas; 20, 21 en 22 voor stof of poeders). Afhankelijk van die toewijzing mogen er enkel apparaten geïnstalleerd worden die voldoen aan de voorwaarden van die zone.

ATEX-ZONES

0

Een ruimte waar een explosieve atmosfeer, bestaand uit een mengsel van brandbare stoffen in de vorm van gas, damp of nevel met lucht voortdurend, gedurende lange perioden of herhaaldelijk aanwezig is

1

Een ruimte waar een explosieve atmosfeer, bestaand uit een mengsel van brandbare stoffen in de vorm van gas, damp of nevel met lucht, onder normaal bedrijf waarschijnlijk af en toe aanwezig kan zijn

2

Een ruimte waar de aanwezigheid van een explosieve atmosfeer, bestaand uit een mengsel van brandbare stoffen in de vorm van gas, damp of nevel met lucht, onder normaal bedrijf niet waarschijnlijk is en waar, wanneer dit toch gebeurt, het verschijnsel van korte duur is

 20 

Een ruimte waar een explosieve atmosfeer voortdurend, gedurende lange periodes of herhaaldelijk (dit is minstens 10% van de bedrijfs- of activiteitsduur) aanwezig is. Uitgedrukt in uren gaat het jaarlijks om meer dan 1.000 uur.

21

Een ruimte waar een explosieve atmosfeer af en toe aanwezig kan zijn. 'Af en toe' wordt daarbij geïnterpreteerd als 0,1% tot 10% van de bedrijfs- of activiteitsduur. In uren is dat tussen 10 en 1.000 uur per jaar. Gebieden waar er vrijwel continu stoflagen liggen, klasseert men ook onder deze zone.

22

Een ruimte waar een explosieve atmosfeer in normale omstandigheden niet waarschijnlijk is. Wanneer dat toch het geval is, duurt het niet lang. Dat is minder dan 0,1% van de bedrijfs- of activiteitsduur. In uren uitgedrukt, gaat het om minder dan tien uur per jaar. Ook gebieden waar er regelmatig stoflagen liggen, behoren tot zone 22.


Vermijden van ontstekingsbronnen

Zodra de zones vastgelegd zijn, komt het er vooral op aan om ontstekingsbronnen in cruciale zones te elimineren. In totaal moeten er volgens ATEX zo'n dertien verschillende ontstekingsbronnen onderzocht worden. Dat kan door het gebruik van geschikte apparatuur, meer bepaald machines van categorie 1, 2 of 3 conform de zone waar men die wil implementeren. Oudere machines (lees: machines gebouwd voor de ingebruikname van de ATEX-wetgeving) moeten door de gebruiker onderworpen worden aan een risicoanalyse, gelijkaardig aan de tests waaraan fabrikanten nieuwe machineconcepten onderwerpen.

EDTC's (Externe Diensten Technische Controle) fungeren veelal als een uitwendige invloed om de bedrijfsleider te dwingen om ATEX-maatregelen te treffen. Daarbij dient een keuring van de elektrische laagspanningsinstallatie dikwijls als trigger.

Constructieve beveiliging

Ook het voorzien van drukontlastingssystemen, zoals breekplaten, eventueel in combinatie met vlamdovende filterelementen of de installatie van een explosieonderdrukkingsinstallatie behoort tot de mogelijkheden. Men kan ook denken aan een explosiedruk(stoot)vaste bouwwijze, die in de praktijk echter meestal te dure installaties oplevert.

Als de voorgaande maatregelen niet blijken te volstaan, is de laatste stap van de sociale richtlijn het voorzien in een constructieve beveiliging, zoals het omkasten van een bepaalde machine of verpakkingsunit (drukvaste of drukstootvaste bouwwijze), het installeren van een explosieonderdrukkingssysteem of het inbouwen van een zwak element zoals een breekplaat (explosiedrukontlasting). De onderneming moet er immers voor kunnen instaan dat als er dan toch een risico bestaat op het ontstaan van een stofexplosie, dit te allen tijde gecontroleerd moet kunnen gebeuren. De mogelijke gevolgen van een explosie moeten beperkt worden, zodat het effect op de omgeving en andere installaties en personen beperkt blijft.